Geen weemoed bij Annemiek van Vleuten

Annemiek van Vleuten met Rien v Horik

Geen weemoed bij Annemiek van Vleuten

Op de erelijst van de vrouwenuitgave van de Omloop der Kempen prijkt in 2013 de naam van Annemiek van Vleuten. Als Nederlands kampioene won (achteraf gezien) toen een van ‘s werelds beste wielrensters aller tijden een verkorte uitgave in Veldhoven. Eind vorig seizoen hing de meervoudig wereldkampioene de fiets aan de haak. Speciaal voor de Omloop der Kempen vertelt de gestopte wielrenster bijzonder uitgebreid over haar afgelopen periode, haar carrière en haar toekomstplannen.

Door: Dennis Kroonen, Mol (B)

Gestopt eind vorig seizoen. Hoe heb je de periode erna beleefd?
“De grootste drukte had ik meteen na mijn laatste wedstrijd. Daarna nog een paar na-carrière-interviews, maar voor de rest was het lekker en heb ik leuke dingen gedaan. Fietsen neemt veel tijd in beslag. Als je dat niet meer elke dag hoeft te doen, heb je meer tijd voor andere zaken. Daardoor heb ik zeker niet stil gezeten, me ook niet verveeld. Er zijn leuke dingen op mijn pad gekomen. Ik heb veel aanvragen voor allerlei dingen gehad, maar ook veel afgehouden. Ik wil wel meer van mijn rust genieten in plaats van dat ik meteen van het een in het ander aan het rennen ben.”

Je hebt je eerste winter achter de rug, zonder dat er een seizoen voorbereid moest worden. Hoe voelde dat? En wat heb je precies gedaan en gelaten?
“Dat betekende dat ik op slechtweerdagen niet op mijn fiets moest springen terwijl ik hier in Nederland was. Tot oud en nieuw ben ik in Nederland gebleven. Eigenlijk beviel me dat ook erg goed. Dan is het helemaal niet zo erg als het slecht weer is om hier te zijn. Dan kies je ervoor om binnen te blijven en dat was lekker. Fijn ook om bij mijn vriend te zijn en iets meer rust in je leven te hebben en dat voelde goed. Af en toe heb ik lekker gefietst met de toerclub in Wageningen. Daar was ik nog lid van en ben ik nu weer iets meer actief met ze meegegaan. Wat dat betreft is voor mij de overgang wat minder groot dan profs die in het buitenland zijn gaan wonen en na het stoppen weer een nieuw leven op moeten gaan bouwen. Ik woon nog steeds in de stad waar ik heb gestudeerd, in Wageningen, dus voor mij is de overgang niet zo heel groot. Ik hoef eigenlijk niet echt nieuwe dingen op te pakken. Het is misschien wat meer intensiveren. Ik heb ook meer tijd voor vrienden en familie gekregen. Mijn beste vriendin had net een baby, daar ben ik wat vaker geweest, dus dat is ook fijn dat je er nu eindelijk een keer wél kunt zijn als je d’r wilt zijn voor je vrienden en dingen wilt meemaken. Daar heb ik ook van genoten. Heel veel dingen heb ik al die jaren moeten missen omdat ik er niet bij was. Toevallig was ik ook een keer of vier in de Ziggo Dome. Ik ben naar heel wat concerten geweest van Acda en de Munnik, Danny Vera, Racoon, weekendjes weg en gewoon genieten thuis, heel fijn.”

Wat zijn nu zaken of dingen in je leven die radicaal veranderd zijn? Bijvoorbeeld op gebied van voeding, uitslapen, beweging?
“Ik heb na mijn stoppen geprobeerd om ritme te houden in mijn leven. Door fietsen heb je altijd wel ritme dat je om een uur of negen, tien elke dag wel weggaat. Tot en met oktober heb ik mezelf gegund om helemaal geen ritme te hebben, maar vanaf dan heb ik er regelmaat in gebracht. Afspraken in de ochtend plannen, niet elke dag tot laat in je bed liggen en ik heb me bij de sportschool aangemeld. Niet dat ik dat heel leuk vind, maar het is wel goed. Het lichaam is al die jaren heel eenzijdig getraind geweest. Nu ben ik wat meer het bovenlijf gaan trainen en wat andere belastingen gaan doen. Hardlopen bijvoorbeeld. Niet lang, want dat kan ik gewoon niet. Mijn lichaam is na 17 jaar helemaal ingesteld op fietsen, dus zomaar even het hardlopen oppakken lukte niet. Ik heb heel voorzichtig moeten opbouwen, was ook meteen geblesseerd. Maar het is wel goed voor je botdichtheid of om je impact te ontwikkelen. Ik vind het heel leuk om hard te lopen en wat meer te wandelen. Ik ben gaan skiën met mijn vriend in Spanje. Dat had ik ook nog nooit gedaan, omdat ik dat in het seizoen nooit durfde. Daar was nu ook ineens tijd voor. Superleuk om iets nieuws op te pakken. Ik ben ook gaan samenwonen met mijn vriend, dus moest nog wat opruimen en wat hobby’s betreft ben ik bijvoorbeeld meer gaan koken. En in het algemeen ben ik gewoon vaker thuis.”

Wat mis je op dit moment het minste van je leven als wielrenster?
“Dat ik moet trainen als het slecht weer is, dat mis ik echt niet. En het elke dag moeten fietsen. Dit geeft me wel veel meer vrijheid. Je leven wordt beperkt als je zo met topsport bezig bent.”

Wereldtitels weg en tijdrit, Olympisch kampioen tijdrijden, (meervoudig) winnares van de Rondes van Frankrijk, Spanje en Italië, nationale titels en overwinningen in de grootste klassiekers. Wat zie je zelf als het absolute hoogtepunt van je carrière?
“Een echt hoogtepunt heb ik niet echt denk ik. De Tour de France winnen was voor de buitenwereld misschien het mooiste. Ik merkte ook dat iedereen heel erg meeleefde, meer nog dan bij wereldtitels en mijn Olympische titel tijdrijden. Dat werd toch meer gewaardeerd door de echte die hard fans. De Tour de France werd toch wel door heel veel mensen van buiten het wielrennen bekeken en dat was wel bijzonder om te merken.”

En het dieptepunt?
“Dat zijn er meerdere geweest. Het moeilijkste moment was toch wel de blessure die ik opliep tijdens het WK 2018 in Innsbruck. Ten eerste omdat ik toen grote kans had om voor het eerst wereldkampioen op de weg te worden. Ik brak toen mijn tibia plateau (deel van de knie red.). Het was een lange zware revalidatie, mentaal lastig omdat het niet zeker was dat het goed ging komen. Elke dag fysio, echt heftig, mentaal fysiek. Het missen van het Olympisch goud in Rio de Janeiro door die val was ook heftig op dat moment, omdat ik toen een voor mezelf verwijtbare fout maakte. In plaats van het goud, dat ik eigenlijk voor het grijpen had, belandde ik door een inschattingsfout in die bocht, door mijn eigen stomme toedoen, zonder goud in het ziekenhuis in Rio. Toen heb ik de eerste weken wel diep gezeten, ben ik heel erg verdrietig geweest. Dat het een voor mezelf verwijtbare fout was en dat ik dichtbij het winnen van zo iets moois was en dat ik dat mezelf had ontnomen, dat vond ik heel moeilijk om te accepteren. En de impact die het toen heeft gehad en dat allemaal mensen naar me toekwamen, dat heeft heel veel met me gedaan. Maar als ik nu terugkijk zie ik dat niet als mijn dieptepunt, maar meer als mijn tweede deel van mijn carrière. Daarom noem ik dat niet mijn dieptepunt. Dat was toch echt Innsbruck. Na die val elke dag fysiotherapie om dat been weer te kunnen buigen en vechten om terug te komen. Dat was echt pittig.”

Je hebt eigenlijk verschillende periodes als renster meegemaakt? Hoe kijk je tegen de ontwikkelingen in het vrouwenwielrennen aan? Wat is er ten goede veranderd en wat zou er nog beter moeten?
“In 2008 ben ik voor de eerste keer bij een UCI-team gaan rijden. Voor 100 euro per maand aan onkostenvergoeding bij Vrienden van het Platteland. Er is heel veel veranderd. We vlogen nergens heen. We deden alles met een busje. Als je nu kijkt hoeveel bussen er staan, hoe alles geregeld is en geprofessionaliseerd is, is het heel tof om onderdeel te zijn geweest van die reis. Ik heb het meegemaakt van waar het stond en wat het nu is in pakweg vijftien jaar tijd. Dat is mooi om beide periodes te hebben meegemaakt. De professionalisering is zeker ten goede veranderd. Maar het moet spannend blijven. Afgelopen jaar hebben we een ploeg gehad die heel erg domineerde. Ik denk niet dat dat heel gunstig is voor het wielrennen. Het is niet dat ik SD Worx dat aanreken, maar dat het eerder belangrijk is dat ander ploegen ook sterk moeten worden. Het moet gaan om strijd, spanning, rensters en ploegen moeten elkaar bevechten. Ik hoop dat we dat weer snel gaan terugzien. Anders verlies je misschien het momentum wat we nu hebben als één ploeg met de meeste overwinningen aan de haal gaat. Nogmaals, het ligt niet aan hun, maar dat moeten ook andere ploegen zich aanrekenen en op gebied van tactiek soms er wat mee doen. Hopelijk gebeurt dat. Meestal gaat het ook zo en wordt er in de winter over nagedacht hoe dat te voorkomen en hopelijk gaan we daar wat van zien. Maar het blijft heel lastig. Want ze blijven heel sterk, met veel sterke rensters in één ploeg. Spreiding van talenten over meerdere ploegen zou ook echt beter moeten.”

En aan welke nostalgische momenten denk je met weemoed terug, qua beleving, materiaal, eigen prestaties?
“Ik denk niet dat ik met veel weemoed aan dingen terugdenk. Zo zit ik niet in elkaar. Ik kijk gewoon met een lach op mijn gezicht naar alle mooie momenten. Misschien als ik er eentje uit mag pikken is het mijn wereldtitel tijdrijden in Bergen 2017. Het was een moment dat ik dacht dat ik nooit meer zou winnen, na mijn val in Rio 2016 en het verlies van de Giro in 2017 omdat ik had zitten slapen. Dat ik er van overtuigd was geraakt dat ik zelf mijn grootste tegenstander was. Met het binnenhalen van die eerste titel in Bergen is dat een beetje de omslag geweest in mijn carrière. Als ik dan die foto zie dat ik na de finish mijn moeder omhels en de druk en last die van mijn schouders afvielen, dat heeft echt voor een ommekeer en bevrijding gezorgd.”

Je bent pas op latere leeftijd begonnen met koersen. Daarvoor voetbalde je? Hoe fanatiek was je?
“Mijn techniek was niet heel goed, maar fysiek was ik in orde. Daardoor was ik fanatieker om dat fysieke uit te bouwen om fit te zijn in de wedstrijden en daar zo dat gebrek aan techniek te compenseren. Ik had niet zo’n goede techniek omdat ik relatief laat ben gaan voetballen ten opzichte van mijn ploeggenoten.”

Zowel het dameswielrennen als het -voetballen is erg populair op het moment bij het grote publiek. Als je mag kiezen… wat lijkt je mooier? Wereldkampioen worden op de weg na een solo van meer dan 100 kilometer of wereldkampioen worden met het Nederlands Elftal in een volgepakt Wembley, waarbij jij in de laatste minuut de winnende treffer scoort?
“Die solo van 100 kilometer vind ik mooier, maar ik geniet ervan als het Nederlands elftal in een volgepakt Wembley staat. Met het fietsen voel ik toch meer mee. Niet met die 100 km solo maar meer hoe ik in Wollongong heb gewonnen en mensen heb mogen entertainen die in de laatste kilometer op het puntje van hun stoel zaten van verbazing.”

We hebben je in de winter onder andere gesignaleerd in een veldrit in Vorden. Kunnen we nog meer sportieve uitdagingen verwachten?
“Dat was puur voor de lol omdat ik uit Vorden kom. Het was geen sportieve uitdaging.  Ik  heb niet echt de behoefte om op de fiets een rugnummer op te spelden. Als ik het doe is dat voor de fun en niet vanuit competitiedrang. Ik heb alles bereikt met het fietsen wat ik heb willen bereiken en vandaar dat ik niet meer de behoefte heb om dat op te zoeken, vooral omdat ik weet dat ik niet meer zo fit ben en ook geen zin meer heb om fit te blijven qua fietsen, dus het is tijd voor andere doelen.”

Wat zijn je persoonlijke doelen voor dit jaar?
“Ik wil mijn agenda nog een beetje leeg houden. Ik krijg heel veel aanbiedingen en aanvragen en probeer toch altijd ‘nee’ te zeggen om te voorkomen dat ik niet weer van het een naar het ander aan het rennen ben. Ik vind het wel even fijn om niet die toekomstdoelen klaar te hebben en meer go with the flow bezig te zijn.”

Zie je jezelf als ploegleidster actief of in een andere rol binnen de wielersport? Of ga je aan een maatschappelijke carrière zonder koers werken?
“ik zie mezelf niet als ploegleidster in de koers, al zie ik veel meer mogelijkheden om in de wielersport actief te zin. Wel wil ik graag in de sport actief blijven, dat staat als een paal boven water, maar het hoeft niet beperkt te zijn tot het wielrennen. Dat kan ook in andere sporten zijn. Daar ben ik over aan het nadenken. Of iets op mentaal vlak, mental coach om iets in die richting te doen. Misschien trekt me dat ook wel om dat juist buiten het wielrennen te zoeken. Ik hou van uitdagingen, dat zit er nog steeds in.”

Hoe kijk je terug op je overwinning in de Omloop der Kempen van 2013? Kun je de dag nog eens kort beschrijven?
“Ik weet nog dat ik met de fiets terug naar Wageningen reed. De koers was toen nog niet zo lang. Het verdere verloop van de wedstrijd? Geen idee, dat is te lang geleden. Ik weet wel dat ik in mijn Nederlands kampioenshirt won en dat was natuurlijk heel leuk en eigenlijk ook wel grappig,. Ik sprintte er best wat snelle rensters uit. Ik was meer sprintster in die tijd, dat ben ik later toen ik me toe ging leggen op etappekoersen wat kwijtgeraakt.”

Podium 2013: v.l.n.r. rondemiss Valerie van Dijk, Amy Pieters, Annemiek van Vleuten, Thalita de Jong, rondemiss Bo van den Akker.
Scroll naar boven